Uitwisselprofiel Ministerie van VWS Jaarverantwoording Zorg
Over Uitwisselprofiel Ministerie van VWS Jaarverantwoording Zorg
- Publicatiedatum:
- 22-01-2026
- Inwerkingtreding:
- 22-01-2026
7.2 Wat is de balans o.b.v. Grootboek?
Definities
In de algemene uitgangspunten staan:
- Een alinea over aandachtspunten rond grootboek
- Peildatum. In dit geval is de peildatum altijd 31 december of 30 juni en ligt deze in het verleden.
Deze indicator berekent de posten in het jaarrekening model E "Balans voor zorgaanbieders" zoals beschreven in Bijlage 1 van de Regeling openbare jaarverantwoording WMG op basis van het RGS rekeningschema versie 3.7
De posten in de kolom "Jaarrekeningpost" zijn op twee manieren in verband gebracht met de rubrieken uit het grootboek:
- Onder de jaarrekeningpost staan één of meer regels genoemd met grootboekrubrieken die opgeteld te jaarrekening post vormen.
- Achter de jaarrekeningpost staat de berekening op basis van andere jaarrekeningposten.
Elke rubriek komt terug ook al heeft deze geen waarde of als deze 0 is.
| Jaarrekeningpost | Rubriek | Omschrijving |
|---|---|---|
| Totaal activa | = A + B | |
| A Vaste activa | = A.I + A.II + A.III | |
| A.I Immateriële vaste activa | BIva | Immateriële vaste activa |
| A.I.1 Kosten van oprichting en uitgifte van aandelen | BIvaKou | Kosten van oprichting en van uitgifte van aandelen |
| A.I.2 Kosten van ontwikkeling | BIvaKoo BIvaOks | Kosten van ontwikkeling Ontwikkelingskosten software |
| A.I.3 concessies, vergunningen en intellectuele eigendom | BIvaCev | Concessies, vergunningen en intellectuele eigendom |
| A.I.4 goodwill | BIvaGoo | Goodwill |
| A.I.5. vooruitbetaald op immateriële vaste activa | BIvaVoi | Vooruitbetalingen op immateriële vaste activa |
| A.I ntb | BIvaBou BIvaOiv BIvaLks BIvaIks BIvaElb BIvaAIk | Bouwclaims Overige immateriële vaste activa Licentiekosten softwaren Implementatiekosten software Aanloopkosten Emissie- en leningskosten en boeterente |
| A.II Materiële vaste activa1 | BMva | Materiële vaste activa |
| A.II.1. bedrijfsgebouwen en -terreinen | BMvaTer BMvaBeg BMvaVer BMvaTei | Terreinen Bedrijfsgebouwen Verbouwingen Terreininrichting |
| A.II.2. machines en installaties | BMvaMei | Machines en installaties |
| A.II.3. andere vaste bedrijfsmiddelen | A.II - ( A.II.1 + A.II.2 + A.II.4 ) | |
| Dit betekent dat A.II.3 de volgende rubrieken zijn tenzij er grootboekposten naar BMva gemapt zijn | BMvaObe BMvaBei BMvaTev BMvaHuu BMvaVli BMvaSch BMvaMep BMvaGeb BMvaVbi BMvaOrz | Andere vaste bedrijfsmiddelen Inventaris Automobielen en overige transportmiddelen Huurdersinvesteringen Vliegtuigen Schepen Meerjaren plantopstand Gebruiksvee Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie |
| A.II.4. vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa | BMvaVbi BMvaVmv | Vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering Vooruitbetalingen op materiële vaste activa |
| A.III Financiële vaste activa | BFva | Financiële vaste activa |
| A.III.1 Deelnemingen in groepsmaatschappijen | BFvaDig | Deelnemingen in groepsmaatschappijen |
| A.III.2. Vorderingen op groepsmaatschappijen | BFvaVog | Vorderingen op groepsmaatschappijen |
| A.III.3. Andere deelnemingen | BFvaDio BFvaAnd | Deelnemingen in overige verbonden maatschappijen Overige deelnemingen |
| A.III.4. Vorderingen op participanten en op maatschappijen waarin wordt deelgenomen | BFvaVop | Vorderingen op participanten en op maatschappijen waarin wordt deelgenomen |
| A.III.5. Overige effecten | BVas BFvaOve | Vastgoedbeleggingen Overige effecten (langlopend) |
| A.III.6. Overige vorderingen | = A.III - ( A.III.1 + A.III.2 + A.III.3 + A.III.4 + A.III.5 ) | |
| Dit betekent dat A.III.6 de volgende rubrieken zijn tenzij er grootboekposten naar BFva gemapt zijn | BFvaOvr BFvaLbv BFvaSub BFvaLen BFvaIlg BFvaNvm | Overige vorderingen Latente belastingvorderingen Te vorderen BWS-subsidies Leningen u/g (langlopend) Interne lening Netto vermogenswaarde niet-Daeb |
| B Vlottende activa en overlopende activa | = B.I + B.II + B.III + B.IV | |
| B.I Voorraden | BVrd | Voorraden |
| B.I.1. Grond- en hulpstoffen | = B.I - ( B.I.2 + B.I.3 + B.I.4 ) | |
| Dit betekent dat B.I.1 de volgende rubrieken zijn tenzij er grootboekposten naar BVrd gemapt zijn | BVrdGeh BVrdEmb BVrdVas BVrdVio BVrdNig BVrdVoo BVrdMvo | Voorraad grond- en hulpstoffen Emballage Vastgoed bestemd voor de verkoop Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop Niet gebruiksvee Overige voorraden Magazijnvoorraaden |
| B.I.2. Onderhanden werk (totaal) | BVrdOwe BPro | Onderhanden werk Onderhanden projecten (activa) |
| B.I.3. Gereed product en handelsgoederen | BVrdGep BVrdHan | Gereed product Handelsgoederen |
| B.I.4. Vooruitbetaald op voorraden | BVrdVrv | Vooruitbetalingen op voorraden |
| B.II Vorderingen | BVor | Vorderingen |
| B.II.1. Op handelsdebiteuren | BVorDeb | Vorderingen op handelsdebiteuren |
| B.II.2. Op groepsmaatschappijen | BVorVog | Vorderingen op groepsmaatschappijen (kortlopend) |
| B.II.3. Op participanten en op maatschappijen waarin wordt deelgenomen | BVorVop | Vorderingen op participanten en op maatschappijen waarin wordt deelgenomen (kortlopend) |
| B.II.4. Overige vorderingen | = B.II - ( B.II.1 + B.II.2 + B.II.3 + B.II.5 + B.II.6 ) | |
| Dit betekent dat B.II.4 de volgende rubrieken zijn tenzij er grootboekposten naar BVor gemapt zijn | BVorVov BVorVlc BVorVbk BVorLbv BVorTsk BVorVpk BVorOvr BVorOvh BVfi | Vorderingen op overige verbonden maatschappijen (kortlopend) Vorderingen op leden van de coöperatie Vorderingen uit hoofde van belastingen Latente belastingvorderingen (kortlopend) Te vorderen subsidies Vorderingen uit hoofde van pensioenen Overige vorderingen Overheid Vordeirngen uit hoofde van financieringstekort |
| B.II.5. Van aandeelhouders op opgevraagde stortingen | BVorVao | Van aandeelhouders opgevraagde stortingen |
| B.II.6. Overlopende activa | BVorOva BVorTus | Overlopende activa Tussenrekeningen |
| B.III Effecten | BEff | Effecten (kortlopend) |
| B.IV Liquide middelen | BLim | Liquide middelen |
| Totaal passiva | = C + D + E + F | |
| C Eigen vermogen | BEiv | Eigen vermogen |
| C.I Gestort en opgevraagd kapitaal | = C - ( C.II + C.III + C.IV + C.V + C.VI + C.VII + C.VIII ) | |
| Dit betekent dat C.I de volgende rubrieken zijn tenzij er grootboekposten naar BEiv gemapt zijn | BEivGok BEivSev BEivCok BEivFij BEivKap BEivKa2 BEivKa3 BEivKa4 BEivKa5 BEivOkc BEivAvd | Aandelenkapitaal Kapitaal Commanditair kapitaal Financiële instrumenten op basis van juridische vorm geclassificeerd als eigen vermogen Eigen vermogen onderneming natuurlijke personen Eigen vermogen firmant 2 Eigen vermogen firmant 3 Eigen vermogen firmant 4 Eigen vermogen firmant 5 Overige kapitaalcomponenten Aandeel van derden |
| C.II Agio | BEivAgi | Agio |
| C.III Herwaarderingsreserve | BEivHer | Herwaarderingsreserves |
| C.IV Wettelijke en statutaire reserve | = C.IV.1 + C.IV.2 | |
| C.IV.1 Wettelijke reserves | BEivWer | Wettelijke reserves |
| C.IV.2 Statutaire reserves | BEivStr | Statutaire reserves |
| C.V Bestemmingsreserve (enkel voor stichtingen) | BEivBer | Bestemmingsreserves |
| C.VI Bestemmingsfonds (enkel voor stichtinge) | BEivBef | Bestemmingsfondsen |
| C.VII Overige reserves | BEivHer BEivOvr BEivFir | Herwaarderingsreserves Overige reserves Fiscale reserves |
| C.VIII Onverdeelde winst | BEivOre | Onverdeelde winst |
| D Voorzieningen | BVrz | Voorzieningen |
| D.1 Voor pensioenen | BVrzVvp | Voorziening voor pensioenen |
| D.1 Voor belastingen | BVrzVvb | Voorziening voor belastingen |
| D.1 Overige | = D - ( D.1 + D.2 ) | |
| Dit betekent dat D.I de volgende rubrieken zijn tenzij er grootboekposten naar BVrz gemapt zijn | BVrzOvz BVrzOih BEga | Overige voorzieningen Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen Egalisatierekening |
| E Langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar) en overlopende passiva | BLas | Langlopende schulden |
| E.1. Converteerbare leningen | BLasCol | Converteerbare leningen |
| E.2. Andere obligatieleningen en onderhandse leningen | BLasAoe | Obligatieleningen, pandbrieven en andere leningen |
| E.3. Schulden aan banken | BLasSak | Schulden aan banken |
| E.4. Vooruit ontvangen op bestellingen | BLasVob | Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen |
| E.5. Schulden aan leveranciers en handelskredieten | BLasSal | Schulden aan leveranciers en handelskredieten |
| E.6. Te betalen wissels en cheques | BLasTbw | Te betalen wissels en cheques |
| E.7. Schulden aan groepsmaatschappijen | BLasSag | Schulden aan groepsmaatschappijen |
| E.8. Schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen | BLasSao BLasSap | Schulden aan overige verbonden maatschappijen Schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen |
| E.9. Belastingen en premies sociale verzekeringen | BLasBep BLasSuh | Belastingen en premies sociale verzekeringen Schulden uit hoofde van belastingen |
| E.10. Schulden ter zake van pensioenen | BLasStz BLasOdv | Schulden ter zake van pensioenen Oudedagsverplichting |
| E.11. Overige schulden | = E - ( E.1 + E.2 + E.3 + E.4 + E.5 + E.6 + E.7 + E.8 + E.9 + E.10 + E.12 ) | |
| Dit betekent dat E.11 de volgende rubrieken zijn tenzij er grootboekposten naar BLas gemapt zijn | BLasAcl BLasFlv BLasNeg BLasPar BLasSoh BLasVhz BLasOls | Achtergestelde schulden Financiële lease verplichtingen Negatieve goodwill Participaties (geclassificeerd als vreemd vermogen) Schulden aan overheid (langlopend) Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden Overige schulden |
| E.12. Overlopende passiva | BLasOvp | Overlopende passiva |
| F Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar) en overlopende passiva | BSch | Kortlopende schulden |
| F.1. Converteerbare leningen | ? | |
| F.2. Andere obligatieleningen en onderhandse leningen | ? | |
| F.3. Schulden aan banken | BSchSak | Schulden aan banken |
| F.4. Vooruit ontvangen op bestellingen | BSchVob BSchNtv | Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen Nog in tarieven te verrekenen finenancieringsoverschot |
| F.5. Schulden aan leveranciers en handelskredieten | BSchCre | Schulden aan leveranciers en handelskredieten |
| F.6. Te betalen wissels en cheques | BSchTbw | Te betalen wissels en cheques |
| F.7. Schulden aan groepsmaatschappijen | BSchSag | Schulden aan groepsmaatschappijen |
| F.8. Schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen | BSchSao BSchSap | Schulden aan overige verbonden maatschappijen Schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen |
| F.9. Belastingen en premies sociale verzekeringen | BSchBep | Belastingen en premies sociale verzekeringen |
| F.10. Schulden ter zake van pensioenen | BSchStz BSchOdv | Schulden ter zake van pensioenen Kortlopende schulden inzake oudedagsverplichting |
| F.11. Overige schulden | F - ( F.1 + F.2 + F.3 + F.4 + F.5 + F.6 + F.7 + F.8 + F.9 + F.10 + F.12 ) | |
| Dit betekent dat F.11 de volgende rubrieken zijn tenzij er grootboekposten naar BSch gemapt zijn | BSchKol BSchSoh BSchShb BSchFlk BSchAos BSchOpp BSchSal BSchOvs BSchTus BSchDha BSchDhp BSchSdn BSchSlc BSchDbc | Kortlopende leningen-schulden-verplichtingen Schulden aan overheid (kortlopend) Schulden uit hoofde van belasting naar de winst Kortlopende financiële lease verplichtingen Aflossingsverplichtingen van langlopende leningen Onderhanden projecten (passiva) overige schulden Salarisverwerking Overige schulden Tussenrekeningen Uit te keren dividend aan houders van aandelen Uit te keren dividend aan houders van preferente aandelen Schulden aan daeb-niet daeb Schulden aan leden van de coöperatie Onderhanden DBC's/DBC-zorgproducten |
| F.12. Overlopende passiva | BSchOpa | Overlopende passiva |
- 1. De materiële vaste activa zijn onderwerp van een extra uitvraag van het CBS.
Toelichting
- Zorg dat elke rubriek terug komt ook al heeft deze geen waarde of als deze 0 is.
- De parameter voor deze indicator is een peildatum (dd-mm-jjjj). Deze kan enkel op 31 december en 30 juni en in het verleden liggen.
Berekening
- Bepaal per grootboek-rubriek2 het eindsaldo1 op de meest recente datum5 op of voor de dag na de peildatum. Voor een grootboek-rubriek2 die geen eindsaldo1 heeft wordt als saldo 0 aangenomen.
- Bereken de jaarrekeningposten3 waarbij grootboekrubrieken2 genoemd zijn door voor de betreffende rubrieken het het meest recente beginsaldo1 uit stap 1, te vermeerderen met het totaal van de bedragen uit alle grootboekposten4 (op die rubriek2) vanaf de datum van het eindsaldo1 tot en met de peildatum. Jaarrekeningposten3 waar geen rubriek2 is genoemd krijgen de waarde 0.
- Bereken de jaarrekeningposten3 waarbij een berekening is beschreven door die berekening uit te voeren op basis van de in punt 2. berekende posten.
- Zorg dat elke rubriek2 terug komt ook al heeft deze geen waarde of als deze 0 is.
Begrippen en ontologie
- 1. Eindsaldo
- 2. Grootboekrubriek
- 3. Jaarrekening-post
- 4. Grootboek-post
- 5. datum
| Jaarrekeningpost | Bedrag |
|---|---|
| A Vaste activa | Stap 3 |
| A.I Immateriële vaste activa | Stap 2 |
| A.II Materiële vaste activa | Stap 2 |
| A.III Financiële vaste activa | Stap 2 |
| B Vlottende activa | Stap 3 |
| etc. volgens structuur in bovenstaande tabel |